Jenaplanschool De Klimboom

Algemeen

Startpagina Onderwijsvisie Contact

Pedagogische situaties

Een Jenaplanschool is een leer- en opvoedingsschool. Er wordt meer gedaan dan alleen kennisoverdracht. Peter Petersen stelde dat de mensen -dus ook kinderen - samen met anderen actief worden door vier activiteiten, nl. gesprek, spel, werk en viering. Hij geeft ze opzettelijk in deze volgorde, omdat Petersen van mening is dat er een ontwikkeling tot in uiting komt.

Gesprek
Het eerste wat de pasgeborende ervaart is de nabijheid, het contact met de ouders, tegelijkertijd ligt hierin het gesprek, de communicatie opgesloten. Aanvankelijk ondergaat de kleine dit contact door signalen die van de ouders uitgaan.

Spel
Na verloop van tijd gaat het kind met zichzelf, handen en voeten, voorwerpen spelen. Het kind ontdekt eerst zichzelf en darna anderen in de omgeving. Het kind bootst spelenderwijs situaties na uit zijn directe leefomgeving en komt zo tot spelen. Door spel wordt veel geleerd op cognitief, sociaal, emotioneel en motorisch gebied.



Werken

Werken veronderstelt een zeker taakbesef, bezit een bepaald opdrachtkarakter. Pas tegen de lagere schoolleeftijd ontwikkelt het kind over het algemeen zo'n plichtsgevoel. Er wordt dan ook wel aangenomen dat juist dit ervaren en uitvoeren van een opdracht kenmerkend is voor schoolrijpheid. Tussen spel en werk zit een overgang in de vorm van helpen. Petersen vindt dat aan deze dienstbare activiteit van het kind niet genoeg aandacht kan worden gegeven.

Vieren
Viering is, binnen de menselijke ontwikkeling, duidelijk een laatste oervorm. Ze sluit een periode van praten, spelen of werken af; dit gebeurt veelal door positief terug en kritisch vooruit te kijken.
Deze vier activiteiten maken dat de mens actief wordt en blijft. Een goede afwisseling van deze vier activiteiten is daarom nodig. Deze vier pedagogische activiteiten worden ook wel pedagogische situaties genoemd.